Artrose

Wat is artrose?

Artrose is een degeneratieve aandoening aan het kraakbeen in de gewrichten en wordt in de volksmond ook gewrichtsslijtage genoemd. Artrose ontstaat doordat er progressief meer kraakbeen verloren gaat dan het lichaam kan herstellen. Bij artrose verslijt het kraakbeen om in het eindstadium helemaal te verdwijnen. Door slijtage van het kraakbeen vermindert het schokabsorberend vermogen van het gewricht en kunnen uiteindelijk de botten over elkaar schuren, wat pijn veroorzaakt. Artrose kan alle gewrichten aantasten maar wordt het minst goed verdragen ter hoogte van de heupen en de knieën omdat deze gewrichten het meest belast worden in het dagelijks leven.

Kenmerken van artrose

Artrose wordt gekenmerkt door pijn tijdens beweging van het gewricht en door een stijf of stram gevoel vooral na rust of 's ochtends. Andere typische kenmerken zijn een krakend gevoel bij bewegen, zwelling of vochtophoping in het gewricht, bewegingsbeperking, misvorming en standsverandering van het gewricht.

 

Oorzaken van artrose

Meestal ontstaat artrose zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak zoals bij veroudering, ze wordt dan primaire artrose genoemd. Hierbij is er een zekere genetische of erfelijke voorbeschiktheid. Artrose die veroorzaakt wordt door een onderliggende oorzaak zoals na een ongeluk of door een aangeboren scheefstand wordt secundaire artrose genoemd.

Risicofactoren van artrose

Risicofactoren voor het ontstaan van artrose zijn:

  • Erfelijkheid: artrose treedt op hoge leeftijd bijna bij iedereen op, maar de snelheid en de ernst waarmee dat gebeurt, is gedeeltelijk erfelijk bepaald. In een aantal gevallen is vroegtijdige artrose een ziekte die dominant overgeërfd wordt.
  • Chronische overbelasting of belasting door verkeerde houding, zoals bij fysiek zware arbeid, of intensief sporten.
  • Ook overgewicht speelt een zeer belangrijke rol bij artrose van knieën, heupen en enkels.
  • Trauma in beschadigde gewrichten door sportletsels of fracturen kan vroegtijdig artrose doen ontstaan.
  • Ontstekingsreactie van het gewricht of artritis kan ook gewrichtsslijtage geven. Artrose ontstaat niet alleen door overmatig gebruik van gewrichten of veroudering maar ook door een lichte ontstekingsreactie van het gewricht. Deze ontstekingsreactie versnelt de afbraak van gewrichtskraakbeen.

Diagnose van artrose

De klinische diagnose van artrose wordt meestal bevestigd door een gewone röntgenfoto. Het kraakbeen zelf is op een röntgenfoto niet te zien maar de verminderde kraakbeendikte geeft een indirect beeld van de ernst van de artrose. In het eindstadium van artrose toont de röntgenfoto het volledig verdwijnen van het kraakbeen met botcontact. Daarnaast kunnen door artrose osteofyten ontstaan, botuitsteeksels aan de randen van de gewrichtsvlakken. Deze zijn op een röntgenfoto wel te zien. Bij artrose aan de knieën of de heupen zal er meestal een foto in staande houding gemaakt worden om de vernauwing van de gewrichtsruimte onder belasting na te kijken.

 

Behandeling van artrose

De behandeling van artrose kan bestaan uit een aantal conservatieve maatregelen of uit een operatie waarbij het versleten gewricht vervangen wordt door een kunstgewricht. Een genezing van artrose is niet mogelijk.

De conservatieve behandeling van artrose heeft als hoofddoel het verlichten van de pijn en het behouden van de specifieke functie van het gewricht en de algemene functie van de patiënt.

  • Inactiviteit van het aangetaste gewricht geeft toenemende stijfheid en pijn, bovendien zal er een progressieve atrofie van de betrokken spiergroepen ontstaan. Het wordt dus aangeraden in beweging te blijven waarbij vooral fysieke activiteiten met een lage piekbelasting en een lage explosiviteit zoals fietsen, zwemmen of wandelen aangeraden worden. Overbelasting dient in ieder geval vermeden te worden. Bij ernstige stijfheid, bewegingsbeperking of spieratrofie kan eventueel kinesitherapie of fysiotherapie met bewegingstherapie zinvol zijn.

 

  • Omdat overgewicht een beïnvloedbare risicofactor is voor artrose en het de belasting op het gewricht vergroot, wordt bij overgewicht sterk aangeraden naast bewegen ook af te vallen. Deze gecombineerde aanpak vermindert de pijnklachten en behoudt of verbetert de functie bij knie- en heupartrose.

 

  • De conservatieve behandeling van artrose bestaat ook uit pijnbestrijding door middel van geneesmiddelen. Doorgaans wordt eerst met Paracetamol begonnen, tot een maximumdosering van 4 gram per dag voor volwassenen. Bij onvoldoende pijncontrole kan een ontstekingsremmer bijgegeven worden (bijvoorbeeld: Ibuprofen of Diclofenac). Ontstekingsremmers worden ook gegeven als er sprake is van irritatie van het gewricht met zwelling, vochtproductie en roodheid. Langdurig gebruik van ontstekingsremmers moet echter vermeden worden omwille van mogelijke bijwerkingen onder andere ter hoogte van de maag, de nieren en het hart. Er bestaat ook ontstekingswerende zalf of gel die lokaal ter hoogte van de pijnlijke gewrichten kan ingesmeerd worden. Het indringen van deze producten in de diepte is beter na de applicatie van ijs of warmte. Bij aanslepende ontsteking van het gewricht met vochtophoping kan eventueel een sporadische inspuiting gegeven worden met een corticosteroïdproduct.

     

  • Er zijn veel voedingssupplementen op de Belgische markt die beweren de kwaliteit van het kraakbeen te ondersteunen maar de wetenschappelijk literatuur is meestal weinig overtuigend. Glucosamine is in België geregistreerd als niet-voorschrift plichtig geneesmiddel ter verlichting van de pijnklachten bij artrose. De bewijsvoering is echter zwak en een grote studie uit 2010 liet geen overtuigend klinisch relevant effect zien van glucosamine op pijn en ook niet op progressie van de slijtage. Er treden echter zelden bijwerkingen op bij het gebruik van glucosamine zodat het toch vaak gebruikt wordt.

  • Naast de voedingssupplementen kan men ook visceuze gel (hyaluronzuur) in het gewricht inspuiten (viscosupplementatie). Ook hier kan men geen mirakels verwachten en het beste succes wordt bekomen bij de minst aangetaste gewrichten. Eens het kraakbeen helemaal versleten is, hebben deze “gelspuiten” geen zin meer.

Operatieve behandeling: bij een aantal gewrichten is het mogelijk een ernstig aangetast gewricht dat veel pijnklachten geeft te vervangen door een kunstgewricht of een gewrichtsprothese. Indien de pijn en de functionele beperkingen ten gevolge van de artrose niet verbeteren onder de conservatieve maatregelen kan een gewrichtsvervangende operatie aangewezen zijn. Dit gebeurt vooral ter hoogte van de knie en de heup maar kan ook ter hoogte van de schouder, de duim, de enkel en de pols. De patiënt moet zelf bepalen of de weerslag van de artrose op de activiteiten van het dagelijks leven en op de levenskwaliteit een operatie verantwoorden. Het succes van een dergelijke operatie is zeer groot (in de orde van 99%) maar de complicaties, die gelukkig zelden voorkomen, kunnen ook ernstig zijn. Omdat artrose niet te genezen is en steeds vaker bij relatief jonge mensen optreedt, is het toch belangrijk om een operatie zo lang mogelijk uit te stellen. Daarbij komt dat een kunstgewricht een gemiddelde levensduur heeft van 15 jaar, waarna de kans progressief groter wordt dat het zal moeten vervangen worden. Het vervangen van een kunstgewricht of een revisie van een prothese, vindt steeds plaats in een minder gunstige uitgangssituatie zodat het eindresultaat vaak wat minder goed is als bij de eerste operatie. Daarom wordt het plaatsen van een kunstgewricht zo lang mogelijk uitgesteld en bij voorkeur tot na het 65e levensjaar.

Infobrochure voor patiënten met heup- en knieartrose Lees meer