Traumatologie

Wat is Traumatologie? 

 
Traumatologie is de behandeling van letsels en verwondingen die ontstaan zijn door een ongeval of geweld. De eerste opvang op de plaats van het ongeval of op de afdeling spoedgevallen van het ziekenhuis gebeurd steeds door de urgentiearts. De grootste prioriteit is uiteraard het in leven houden van de patiënt. De heelkundige behandeling van weke delen letsels en botbreuken (fracturen) is een subspecialisatie van de heelkunde (traumachirurgie) die in België meestal door orthopeden en soms door algemene chirurgen uitgeoefend wordt. Indien noodzakelijk zullen er specialisten van andere disciplines worden ingeschakeld die meewerken aan het herstel van de patiënt (algemene heelkunde neurochirurgie, plastische chirurgie, vaatchirurgie, MKA, …). Patiënten met multipele en zeer zware letsels (polytrauma-patiënten) worden soms doorverwezen naar gespecialiseerde traumacentra.
Na de chirurgische behandeling is een intensieve revalidatie belangrijk om de herstelfase adequaat te laten verlopen en blijvende letsels te beperken. Meestal volstaat de begeleiding door een kinesitherapeut. Bij zeer ernstige en multipele trauma’s wordt er samengewerkt met revalidatieartsen van de dienst fysische geneeskunde voor het uitstippelen van een revalidatietraject.
 
 
Hieronder vindt u een globaal overzicht van de traumatologie en mogelijke behandelingen van fracturen. Het is belangrijk dat u zich realiseert dat iedere situatie anders kan zijn dan beschreven.
 

Wat is een fractuur en wat merkt u ervan?

We spreken van een fractuur wanneer een bot gebroken is. Dit kan uiteenlopen van een scheurtje in het bot tot een volledige verbrijzeling ervan. In alle gevallen zult u pijn hebben, er ontstaat een zwelling door de bloeduitstorting bij de breuk en normale bewegingen zijn vaak niet meer mogelijk. Een groenhoutfractuur is een bijzonder type fractuur bij kinderen. Omwille van de elasticiteit van het bot op jonge leeftijd breekt het aan één kant en buigt het door aan de andere zijde. Dit kan vergeleken worden met het ombuigen van een jonge groene boomtak.
  

  

 

De behandeling

De keuze van de behandeling is mede afhankelijk van een aantal factoren te weten:
  • Welk bot is gebroken?
  • Wat soort breuk is het?
  • Is het gewricht erbij betrokken?
  • Hoe is de toestand van de weefsels in de directe omgeving?
  • Hoe is de algehele toestand van de patiënt?

 

Voor de behandeling van fracturen zijn er verschillende methoden beschikbaar:

  • Geen actieve behandeling
  • De gipsbehandeling
  • De operatieve behandeling
  • Tractie.

Geen actieve behandeling 

In sommige gevallen is er eigenlijk geen actieve behandeling nodig. Niet alle botbreuken hebben een behandeling nodig in de zin van gips of operatie. Gebroken ribben of vingertoppen genezen na verloop van tijd spontaan. Bij sommige breuken van het sleutelbeen, een vinger of de middenhandsbeenderen is slechts tijdelijk wat rust geboden waarna in een vroeg stadium weer kan geoefend worden. Hetzelfde geldt voor sommige typen van wervel- en bekkenfracturen.
 
 
 

De gipsbehandeling

Hiermee wordt beoogd de gebroken botstukken (eventueel nadat de breuk gezet is) zo goed mogelijk op hun plaats te houden. Het gips wordt in principe eerst aangelegd als een soort spalk. Hiervoor wordt steeds de klassieke witte gips gebruikt. Een spalk is nodig om de zwelling ten gevolge van de bloeduitstorting goed de ruimte te geven zodat de bloedsomloop in de arm of het been niet wordt belemmerd. Zodra de zwelling is afgenomen kan, het gips gesloten worden. Vaak zal in deze eerste fase regelmatig een röntgenfoto gemaakt worden om te controleren of de botstukken nog goed op hun plaats zijn blijven staan.
In een latere fase kan het gips aangepast of vervangen worden. Hierbij wordt bijna altijd synthetisch gips gebruikt. Bijvoorbeeld verkorten van het gips of het aanleggen van een loopgips.
De gipsbehandeling komt vooral in aanmerking voor breuken waarbij de botstukken niet of slechts weinig verplaatst zijn en bij kinderen.
Aan de gipsbehandeling kleven enkele bezwaren die samenhangen met het feit dat behalve het gebroken botstuk ook de aangrenzende gewrichten meestal moeten worden ingegipst. Hierdoor kunnen de spieren verslappen, de gewrichten verstijven en de beenderen ontkalken.
 
 

De operatieve behandeling

Deze behandeling werd ontwikkeld voor complexe botbreuken die moeilijk te stabiliseren zijn met een gipsbehandeling en om de nadelen van de gipsbehandeling te voorkomen. Het doel van de operatieve fractuurbehandeling is de gebroken botstukken zo stevig aan elkaar te bevestigen, dat het been of de arm direct na de operatie geoefend kan worden. Het gevolg is dat de spieren stevig blijven, dat de gewrichten soepel blijven en dat het bot niet ontkalkt.
 
Voor de operatieve behandeling werden verschillende technieken ontwikkeld.
  • Interne stabilisatie van de fractuur door het aanbrengen van een plaat met schroeven aan de buitenzijde op het gebroken bot.
      

 

  • Interne stabilisatie van de fractuur door het aanbrengen van stevige schroeven in het gebroken bot.
  • Interne stabilisatie van de fractuur door het inbrengen van een nagel in de mergholte van het gebroken bot met bijkomende fixatie door vergrendelingsschroeven door het bot en de nagel.

  • Externe fixatie van de fractuur door het inbrengen van pinnen die door de huid in het bot worden geboord en dan buiten het been of de arm stevig met elkaar worden verbonden door een stang.

  • Het vervangen van een afgebroken botdeel door een prothese.

     

 
Het succes van de operatieve behandeling van botbreuken is zeer groot maar er zijn ook mogelijke nadelen en complicaties. Er zijn mogelijke risico’s verbonden aan de verdoving of narcose die noodzakelijk is voor de operatie. Lees meer. Een operatie betekent ook steeds een extra beschadiging van de weke weefsels rondom het bot. Zoals voor alle operaties gelden ook hier de algemene risico’s zoals wondinfectie, bloeding, trombose, embolie, zenuwletsels en andere complicaties. Specifieke risisco’s bij operatieve fractuurbehandeling zijn het loskomen van het materiaal en het niet vastgroeien van de fractuur. In een aantal gevallen moet het materiaal ook weer verwijderd worden nadat de breuk genezen is zodat een tweede operatie noodzakelijk is. Uw behandelend orthopedist kan u uitleggen waarom hij voor een bepaalde operatieve techniek gekozen heeft bij uw fractuur.
 

Tijdelijke tractie

Dit is een behandelingsvorm waarbij door middel van gewichten aan het been getrokken wordt om de botstukken ten opzichte van elkaar min of meer op hun plaats te houden. Tegenwoordig wordt deze methode bijna enkel gebruikt als een voorlopige behandeling tot de omstandigheden een definitieve behandeling van de fractuur mogelijk maken. Een definitieve behandeling met gips of met operatie is soms niet mogelijk door de toestand van de weefsels in de omgeving van de breuk, door bepaalde bloedverdunners of door een precaire algemene toestand van de patiënt. De behandelende orthopedist kan u uitleggen wat voor u op dat moment de beste behandeling is.
 

Mogelijke complicaties

Geen enkele behandeling is zonder risico’s. Behalve de reeds genoemde gevaren zijn er nog twee complicaties het bespreken waard.
 

Delayed union of non union

De breuk geneest trager dan normaal (delayed union) of wil helemaal niet genezen (non union). We spreken van een vertraagde genezing als de fractuur niet vastgroeit in de normale tijd die daarvoor gemiddeld nodig is. De oorzaak van een dergelijke complicatie ligt meestal in de ernst van de fractuur met ernstige beschadiging van de omringende weke weefsels. Wanneer de gebroken botstukken onvoldoende van bloed worden voorzien zal de breuk niet of met grote vertraging genezen. Een andere mogelijke oorzaak is een infectie of onvoldoende stabilisatie van de botbreuk. Ook roken vertraagt de genezing van fracturen zodat er aangeraden wordt onmiddellijk te stoppen met roken bij ernstige fracturen.
Een vertraagde genezing zal meestal leiden tot nieuwe operaties. Tegenwoordig wordt als alternatieve behandeling een stimulatie van de botgroei voorgesteld met schokgolven of elektromagnetische velden. Als ook deze behandeling niet leidt tot consolidatie van de fractuur, dan zal er toch operatief ingegrepen moeten worden. Naast het aanbrengen van een ander osteosynthesemateriaal wordt vaak een bottransplantatie toegepast. De behandelende orthopedist kan u uitleggen wat voor u op dat moment de beste behandeling is.
 

Posttraumatische dystrofie

Posttraumatische dystrofie - ook wel ‘complex regionaal pijnsyndroom’ genoemd - is een onbegrepen aandoening, die optreedt na een relatief gering letsel of operatie aan een arm of been. Bij deze aandoening kunnen alle weefsels betrokken raken. Het moet aanzien worden als een abnormaal sterke reactie van het lichaam op een letsel of operatie. De ontstaanswijze van posttraumatische dystrofie is nog niet goed bekend en over de behandelingsmogelijkheden bestaat geen algemeen heersende overeenstemming. Bij de posttraumatische dystrofie kunnen een aantal verschijnselen optreden. De gekwetste plek wordt dik, rood, warm (of juist koud en blauw) en zeer pijnlijk. In de loop van de tijd kan de pijn toenemen. Als het langer bestaat wordt de arm of het been langzaam stijf en kan er een doofgevoel ontstaan. Ten slotte kan dit in zeer uitzonderlijke en in de ergste gevallen leiden tot een totale bewegingsbeperking.
 
 

Vragen? 

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelende orthopedist of huisarts. Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats zal vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.