Informatie over anesthesie

De anesthesie is een uitermate belangrijk onderdeel van de operatie en wordt door de anesthesist toegediend. Voor de operatie zal de anesthesist het medisch dossier met de uitgevoerde vooronderzoeken bekijken. Door de uitgebreide bewaking van de patiënt tijdens de operatie is de veiligheid van operatieve ingrepen in de laatste honderd jaar enorm toegenomen. Bij mensen met ernstige hart- of longaandoeningen blijft anesthesie toch een toestand met een verhoogd risico.

Men onderscheidt verschillende vormen van anesthesie de algemene anesthesie of narcose, de plaatselijke of regionale anesthesie en de lokale anesthesie. Daarnaast onderscheidt men nog het roesje of sedatie. Soms gebruikt men een combinatie van meerdere anesthesietechnieken. Bij bepaalde operaties kan de voorkeur uitgaan naar een bepaalde vorm van anesthesie.

Plaatselijke of regionale anesthesie

Pijn wordt in het lichaam doorgeseind via de zenuwen. Wanneer men een zenuw uitschakelt, wordt het deel van het lichaam dat door deze zenuw verzorgd wordt ongevoelig gemaakt of geanesthesieerd en treedt er meestal een krachtverlies op. Een dergelijke verdoving kan tot stand gebracht worden door rond de zenuwen lokale anesthetica in te spuiten. Naargelang de lichaamsstreek, krijgt deze techniek een verschillende naam.

Men maakt onderscheid tussen het centraal en perifeer blokkeren van zenuwen. Bij het centraal blokkeren van de zenuwen ter hoogte van het ruggenmerg spreekt men van de spinale en de peridurale anesthesie. Deze vormen van-anesthesie worden uitgevoerd via een ruggenprik tussen de wervels. Naast de peridurale en de spinale-anesthesie, die toelaten het onderste deel van het lichaam te anesthesiëren, bestaan er perifere technieken die het mogelijk maken de verdoving te beperken tot een arm (plexus-brachialisblokkade zoals axillair blok, interscalenusblok) of tot een been of een voet (plexus-lumbosacralisblokkade zoals femoraal blok, popliteusblok en enkelblok).

Bij de diverse regionale technieken is er de keuze tussen een bolustechniek (eenmalige inspuiting) of een continue techniek. Bij de continue techniek zoals bij een peridurale anesthesie wordt meestal een katheter gebruikt.

Zo zal bijvoorbeeld een totale knieprothese meestal geplaatst worden onder de combinatie van een spinale anesthesie met een peridurale katheter eventueel gecombineerd met een roesje of lichte sedatie. Deze techniek laat toe om ook na de ingreep verdoving te krijgen via de katheter. Op deze katheter wordt een pijnpomp aangesloten zodat de patiënt als het nodig is via een drukknop extra verdoving kan krijgen. Deze vorm van pijnbestrijding wordt PCA genoemd (patient controlled analgesia). Na het verwijderen van de peridurale katheter kan de pijn verder behandeld worden met de klassieke pijnstillers.

 

Intraveneuse anesthesie of Bier’s block

Dit is een bijzondere vorm van regionale anesthesie waarbij de lokale verdoving in een ader ingespoten wordt. Deze techniek wordt meestal toegepast voor operaties aan de bovenste ledemeten. Er wordt eerst een knelband of tourniquet aangelegd zodat de lokale anesthesie alleen de arm zal verdoven. Kort durende ingrepen ter hoogte van de pols hand en elleboog komen voor deze anesthesietechniek in aanmerking.

Algemene anesthesie of narcose

Deze anesthesietechniek maakt u bewusteloos en ongevoelig voor pijn door intraveneuze of dampvormige anesthetica. De combinatie van beide toedieningsvormen wordt vaak gebruikt. De moderne anesthesie maakt voor een algemene anesthesie gebruik van drie pijlers: bewustzijnsverlaging, pijnbestrijding en spierverslapping. Voor de effecten van deze drie pijlers worden verschillende medicamenten gebruikt die elkaar soms overlappen of versterken. De eerste anesthesieproducten worden meestal via het infuus in de aders gebracht. Sommige producten kunnen een licht pijnlijk gevoel geven tijdens het inspuiten. Omdat ook de ademhalingsspieren verlamd zijn, wordt er een buisje in de keel aangebracht. Na de operatie kan de pijn bestreden worden met klassieke pijnmedicatie via het infuus of via inspuitingen in de spieren. De pijnstillers die inwerken op het gehele lichaam geven soms iets meer bijwerkingen. Zo zal bijvoorbeeld bij de meeste heupoperaties de anesthesist overgaan tot een algemene anesthesie of narcose. De postoperatieve pijn kan behandeld worden met klassieke pijnstillers.

 

Lokale anesthesie

Lokale anaesthesie is een infiltratie-anesthesie. Door een lokaal anestheticum direct in te spuiten rondom de te behandelen plek verdoven de lokale zenuwen en wordt de pijngeleiding uitgeschakeld. Pijnprikkels worden niet meer voortgeleid naar de hersenen en er is geen pijngewaarwording meer. De verdovingsvloeistof wordt ingespoten onder of rond het operatiegebied en op deze wijze worden de kleinste zenuwtakjes verdoofd. Bij ingrepen aan vingers of tenen wordt de lokale verdoving ingespoten aan de basis van de vinger of teen om een zenuwtak te verdoven. Strikt genomen is dit een regionaal blok.

 

Risico’s van anesthesie

Alhoewel de moderne anesthesie zeer veilig is en alle nodige voorzorgsmaatregelen genomen worden, kunnen er zoals bij elke medische ingreep toch nevenwerkingen of verwikkelingen optreden. Het is erg moeilijk om een onderscheid te maken tussen de risico’s van de anesthesie, deze van de heelkundige ingreep en van uw algemene toestand. Het risico dat u als patiënt loopt, wordt mee bepaald door:

  • De aanwezigheid van andere aandoeningen dan degene waarvoor u geopereerd wordt,
  • Het hebben van persoonlijke risicofactoren zoals overgewicht, roken, suikerziekte, hoge bloeddruk, ...,
  • Het ondergaan van een moeilijke, langdurige en/of dringende ingreep.

De risico’s van anesthesie omvatten nevenwerkingen en verwikkelingen.

  • Nevenwerkingen zijn de bijna steeds aanwezige ongewenste effecten van een geneesmiddel of een behandeling (vb. misselijkheid, braken, keelpijn). Meestal duren ze ook niet lang. Sommige nevenwerkingen kunnen voorkomen worden, anderen kunnen behandeld worden, en een aantal gaan vanzelf voorbij.
  • Verwikkelingen zijn ongewenste en onverwachte gebeurtenissen die het gevolg zijn van een behandeling, zoals het optreden van een allergische reactie na het toedienen van een geneesmiddel.

Onderstaande lijst geeft u een beeld van de mogelijke nevenwerkingen en verwikkelingen en van de frequentie waarmee deze voorkomen. Deze lijst is onderverdeeld in drie delen:

  • Zeer dikwijls of dikwijls voorkomend
  • Ongebruikelijk
  • Zeldzaam of zeer zeldzaam voorkomend

Bij iedere nevenwerking of verwikkeling vindt u ook terug bij welk soort verdoving ze kan voorkomen:
RA = regionale anesthesie
AA = algemene anesthesie

 

Zeer dikwijls of dikwijls voorkomend

Misselijkheid en braken: RA-AA
Sommige operaties en anesthetische geneesmiddelen veroorzaken meer misselijkheid en/of braken dan andere. Zowel misselijkheid als braken kunnen in de meeste gevallen behandeld of voorkomen worden. Soms kunnen ze wel enkele uren tot dagen aanhouden.
 
Keelpijn: AA
Dit treedt soms op nadat een buisje in de luchtweg of in de maag werd geplaatst. Dit pijnlijke gevoel kan enkele uren tot dagen duren maar kan behandeld worden met zuigtabletjes of mondspoelingen.
 
Duizeligheid en dubbel zien: RA-AA
De verdoving of het verlies van vocht tijdens de ingreep kunnen een lage bloeddruk veroorzaken en maken dat u zich zwak voelt. Dit kan behandeld worden door geneesmiddelen en het toedienen van extra vocht via het infuus.
 
Rillen: RA-AA
Dit wordt veroorzaakt door warmteverlies tijdens de operatie, bepaalde geneesmiddelen en stress. Dit kan behandeld worden met behulp van een deken met warme lucht dat zowel tijdens als na de operatie kan gebruikt worden.
 
Hoofdpijn: RA-AA
Dit wordt veroorzaakt door de verdoving, de operatie, het tekort aan vocht of stress. Ernstigere hoofdpijn kan voorkomen na een peridurale of rachi-anesthesie. Meestal verdwijnt deze hoofdpijn na een aantal uren, maar indien nodig kan ze behandeld worden.
 
Jeuk: RA-AA
Jeuk is een nevenwerking van krachtige pijnstillers, maar kan ook voorkomen als gevolg van een allergische reactie.
 
Spier-, gewrichts- en rugpijn: RA-AA
Tijdens de operatie ligt u de hele tijd stil in dezelfde houding op een vrij harde operatietafel. Alhoewel ervoor wordt gezorgd om u zo goed mogelijk te installeren, voelen sommige patiënten achteraf toch nog pijn.
 
Pijn tijdens het inspuiten van geneesmiddelen: RA-AA
Sommige geneesmiddelen kunnen pijn of een onaangenaam gevoel veroorzaken wanneer ze worden ingespoten.
 
Pijnlijke, blauwe plekken: RA-AA
Dit komt voor op plaatsen waar inspuitingen werden gegeven of waar een infuus werd geplaatst. Het wordt veroorzaakt door de beschadiging van een klein bloedvat, de beweging van een nabijgelegen gewricht, of een infectie. In de meeste gevallen gaat dit voorbij zonder behandeling.
 
Verwardheid of geheugenverlies: RA-AA
Dit komt vooral voor bij oudere patiënten die geopereerd werden. Het is meestal tijdelijk, maar kan soms meerdere dagen of zelfs weken duren.
 

Ongebruikelijke nevenwerkingen of verwikkelingen

Longinfecties: AA
Longinfecties komen meer voor bij rokers en kunnen ademhalingsmoeilijkheden veroorzaken. Daarom is rookstop zo lang mogelijk voor uw anesthesie belangrijk.
 
Moeilijkheden bij het wateren: RA-AA
Na sommige operaties en regionale anesthesie (vooral peridurale en rachi-anesthesie), kunnen vooral mannen soms moeilijker wateren terwijl vrouwen eerder de neiging hebben urine te verliezen. Dit gaat spontaan over, maar soms wordt daarom preventief een blaassonde geplaatst.
 
Een langzame ademhaling: RA-AA
Sommige pijnstillers kunnen een trage ademhaling of duizeligheid veroorzaken na de operatie. Dit is een tijdelijk fenomeen dat als het nodig is kan behandeld worden.
 
Beschadiging van tanden, lippen of tong: AA
U kan uw tanden, lippen of tong beschadigen door krachtig uw mond dicht te knijpen tijdens het ontwaken uit de algemene verdoving. Ook kunnen de tanden beschadigd worden als de anesthesist moeilijkheden heeft om een buis in de luchtpijp of de maag te plaatsen. Dit komt meer voor als u een kleine mondopening of onderkaak heeft, of een gebit in slechte toestand.
 
Het verergeren van een vooraf bestaande aandoening: RA-AA
Een vooraf bestaande aandoening (vb. een hart- of vaatziekte), die misschien nog niet gekend was voor de operatie, kan erger worden of pas tot uiting komen tijdens of na de operatie.
 

Zeldzaam of zeer zeldzaam voorkomend

Verwondingen van de ogen: AA
Ondanks het feit dat de anesthesist er grote zorg voor draagt dat er niets uw ogen kan verwonden tijdens de narcose, kan er soms toch een oppervlakkige, zelfs pijnlijke beschadiging van het oog gebeuren. Deze beschadiging is echter tijdelijk, geneest spontaan en de pijn kan ondertussen verholpen worden met aangepaste oogzalf.
 
Ernstige overgevoeligheid aan geneesmiddelen: RA-AA
Een allergische reactie zal onmiddellijk opgemerkt en behandeld worden. In zeer zeldzame gevallen, kan deze reactie zo uitgesproken zijn dat ze tot de dood kan leiden, zelfs bij gezonde mensen. Daarom is het belangrijk dat u de anesthesist alles vertelt over mogelijke overgevoeligheden bij uzelf of uw familie.
 
Kracht- en/of gevoelsverlies: RA-AA
Dit kan veroorzaakt worden door een zenuwbeschadiging, met een naald in geval van een regionale anesthesie, door een bloeduitstorting, of door druk op een zenuw tijdens de operatie onder algemene anesthesie. De meeste zenuwbeschadigingen zijn tijdelijk en genezen vanzelf.
 
Overlijden: RA-AA
Een overlijden ten gevolge van een anesthesie is extreem zeldzaam en wordt bijna altijd veroorzaakt door een samenloop van meerdere verwikkelingen die tegelijkertijd voorkomen.
 

Ten slotte

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft over de anesthesie, kan u deze stellen door een afspraak te maken bij de preoperatieve raadpleging van de dienst anesthesie. U kan ze bereiken via het telefoonnummer 03 650 51 10.